Twee reuzen van de Hohe Tauern. En één weg die je tussen hen doorloodst.
De Adlerweg Osttirol start aan de voet van de Großvenediger (3.657 m) in Ströden en zet je negen dagen later af onder de Grossglockner, de hoogste berg van Oostenrijk. Daartussen: 93 km, zo'n 8.000 m stijging en evenveel daling, het grootste deel van de route tussen 2.000 en 2.500 m. Dit is geen weekenduitzicht. Het is een negendaagse hut-to-huttrek dwars door het Nationaal park Hohe Tauern, waar gletsjers binnen zicht glinsteren en het bereik meestal zwijgt.
De naam komt van de arend — de Adlerweg, het Arendpad, is het handelsmerk van heel Tirol, en deze Oost-Tiroolse tak is het wildste stuk ervan. Achtduizend hoogtemeters in negen dagen, dat is een fors aantal om in de benen te hebben — met rugzak, zonder kabelbaan, en steeds boven de boomgrens.
Karakter? Een hooggebergtepad dat op hoogte blijft. De zadels overschrijden 2.800 m, onder je voeten wisselen puin, grazige hellingen en morenes elkaar af, aan de horizon de sterk vergletsjerde Großvenediger met zijn gletsjers Schlatenkees en Obersulzbachkees. Het gaat niet om één grote via ferrata — in de routegegevens staat er geen enkele. Het gaat om exposure, lange dagen en eenzaamheid. Daarom: een vaste tred, geen hoogtevrees en alpenervaring zijn voorwaarden, geen aanbevelingen.
De etappes leiden je van hut naar hut als kralen aan een snoer. De eerste dag klim je vanuit Ströden naar de Johannishütte (2.121 m) — een van de oudste hutten onder de Großvenediger, al gebouwd in 1858. De tweede dag is de zwaarste: meer dan duizend meter klimmen naar de Eisseehütte (2.521 m), vernoemd naar het ijsmeer. Daarna de Bonn-Matreier Hütte (2.750 m), de hoogst gelegen slaapplaats van de route, een balkon boven het Virgental. Dan de Badener Hütte (2.608 m), recht onder de gletsjers van de Venediger. De vijfde dag daal je af naar het dal, naar de Matreier Tauernhaus (1.512 m) — het laagste punt, waar je benen even op adem komen. De zesde dag weer omhoog naar de Sudetendeutsche Hütte (2.656 m) in de Granatspitzgruppe, de zevende via een oude Tauern-doorgang naar de Kalser Tauernhaus (1.755 m). De achtste dag bereikt zijn hoogtepunt bij de Stüdlhütte (2.801 m), de hoogste hut van de hele route — met een verrassend feit: ze werd in 1868 gesticht door de Praagse koopman Johann Stüdl en was de allereerste hut van de Duitse Alpenverein. De negende dag afdaling onder de Grossglockner naar de Lucknerhaus (1.918 m). Einde. De benen melden zich, de ogen onthouden.
Voor wie? Voor fitte trekkers die al meerdaagse bergtochten achter de rug hebben en niet bang zijn voor geëxponeerd terrein of een avond zonder douche. Een familiewandeling is het niet. Wie een zachtere start zoekt, bewaart deze route beter voor later.
Wanneer vertrekken? Het seizoen loopt ruwweg van half juni tot half september, wanneer de berghutten open zijn en de sneeuwvelden op de zadels begaanbaar. Daarbuiten sluiten de deuren en houdt het weer in de Hohe Tauern geen rekening met je.
Hoe reserveer je? De hutten op de route worden beheerd door secties van de Alpenverein, dus regel je overnachtingen op tijd — rechtstreeks bij de hut of via het reserveringssysteem van de Alpenverein. Halfpension is de standaard: een warme avondmaaltijd, ontbijt, een matras in het Lager. In het hoogseizoen, vooral in het weekend, verontschuldigen volle hutten zich niet — wie niet gereserveerd heeft, slaapt buiten.
Negen dagen. Negen hutten. Twee reuzen aan weerszijden. En daartussen een arendvlucht over de kam van de Hohe Tauern, waar je elke hoogtemeter met je eigen benen moet verdienen. De arend komt gratis aanvliegen. Jij vliegt te voet.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.