Het begint in de Allgäu op honderddrie meter, nog bijna beschaving, en eindigt in Meran op 325 meter, tussen de palmbomen en wijngaarden van Zuid-Tirol. Daartussen liggen 140 kilometer, vijf bergketens en zes dalen — en één kleine dode man van vijfduizend jaar oud.
De E5 Oberstdorf–Meran is geen nieuwe ontdekking. Het is een klassieker. De beroemdste voettocht dwars door de Alpen, het hart van de Europese langeafstandsroute E5, die in zijn volle lengte loopt van het Atlantische Bretagne tot aan Verona. Jij neemt er het beste stuk van: de kammen van de Allgäuer, Lechtaler en Ötztaler Alpen, van Duitsland via Oostenrijk naar Italië. In zes tot acht dagen. Te voet, van hut naar hut.
En laten we meteen duidelijk zijn over voor wie dit is. Dit is een zware trektocht, geen wandelingetje. Dagelijks klim je 800 tot 1.200 hoogtemeters en leg je 10 tot 20 kilometer af — samen zo'n tienduizend hoogtemeters omhoog. Dat betekent benen van beton en 's avonds een hut als redding. Je hebt geen touw of stijgijzers nodig (de gletsjerpassages volgen uitgetreden paden of worden omzeild), maar wel conditie, een vaste voet op puin en een hoofd dat niet schrikt als de mist in een bergpas opsteekt.
Het terrein verandert als de stemming in de bergen. Vanuit Oberstdorf klim je via de Mädelejoch naar de Kemptner Hütte (1.846 m), de eerste nacht onder de toppen van de Allgäu. De tweede dag trekt de route naar de Memminger Hütte (2.242 m) — en de laatste klim voorbij het kabelbaanstation is een legendarische afstraffing van zo'n achthonderd hoogtemeters, waarna de hut als een oase aanvoelt. Via de woeste Seescharte daalt de route vervolgens af naar het Inndal, waar je beneden in Zams overnacht — de enige nacht waarin je een biertje drinkt in de beschaving.
Dan komt het hoogtepunt van de hele tocht. Vanuit het dal omhoog naar de Braunschweiger Hütte (2.759 m) — de hoogstgelegen hut van de hele E5, al gebouwd in 1892. Je zit op het terras, onder je de gletsjertong van de Mittelbergferner en daarboven torent de Wildspitze (3.768 m), de op één na hoogste berg van Oostenrijk. Vanhier volgt de volgende dag de zwaarste etappe: de steile klim naar de Pitztaler Jöchl (2.996 m), het hoogste punt van de hele tocht. (Als die gesloten is vanwege steenslag, ga je via de omweg over de Rettenbachjoch.) Naar beneden naar Vent en de Martin-Busch-Hütte (2.501 m).
En de laatste dag is de dag waarom je deze route zult onthouden. Je klimt naar de Niederjoch en de Similaunhütte (3.019 m) — het hoogste punt dat je op de hele trektocht bereikt. Een stukje verderop, op 3.210 meter bij de Tisenjoch onder de Similaun, vonden twee wandelaars op 19 september 1991 in de smeltende gletsjer een man. Ötzi. Een gletsjermummie van zo'n 5.300 jaar oud, de oudste Europeaan wiens gezicht je kunt zien. Je loopt langs de plek waar hij lag. Daarna is het alleen nog naar beneden naar het Vernagt-meer en een lange afdaling door het Schnalstal naar het warme Meran, waar tussen de wijngaarden de eerste douche na een week op je wacht.
De beste tijd? Van half juli tot eind september. Eerder ligt er nog sneeuw in de hoge bergpassen, later sluiten de hutten. Buiten dit venster ga je op eigen risico.
Reserveren is tegenwoordig een verplichting, geen aanbeveling. De hutten op de E5 (Kemptner, Memminger, Braunschweiger, Martin-Busch, Similaun) horen bij secties van de Duitse en Oostenrijkse Alpenverein en zitten in het hoogseizoen weken van tevoren vol. Je boekt online via het reserveringssysteem van de Alpenverein of telefonisch rechtstreeks bij de hut. Riskeer niet dat je na een klim van achthonderd hoogtemeters ontdekt dat er geen bed meer vrij is. En regel meteen ook de terugreis — vanuit Meran rijden shuttlebussen terug naar Oberstdorf, die je ook van tevoren moet boeken.
140 kilometer. Vijf bergketens. Eén vijfduizend jaar oude gids die je is voorgegaan. De vraag is niet of je vertrekt, maar wanneer.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.