Boven de Königssee staat een versteende koning. Volgens de legende was het een wrede heerser die door zijn eigen roedel de afgrond in werd gesleurd — en versteende. Naast hem zijn vrouw, eromheen zeven kinderen. Zo ontstond volgens de legende de Watzmann, de 2.713 meter hoge vorst van de Berchtesgadener Alpen. En jij loopt er in vier dagen helemaal omheen.
De Watzmann-Umrundung is geen tocht naar de top. Het is een rondtocht om het massief — 53 kilometer en bijna 4.000 hoogtemeters, drie berghutten en een van de wildste uithoeken van de Duitse Alpen. Je start in Schönau aan de Königssee en eindigt met de boot bij de bedevaartskerk St. Bartholomä. Daartussenin doorkruis je drie werelden die bijna niets met elkaar gemeen hebben.
De eerste dag trekt je van zeshonderd meter omhoog naar de alpenweiden bij de Watzmannhaus (1.930 m). Een klassieke, stevige klim die in de kuiten gaat zitten, maar je beloont met een balkon vlak onder de beroemde Watzmann-Ostwand — een loodrechte rotswand die van het meerniveau tot de top 1.800 meter meet. Het is de hoogste wand van de Oostelijke Alpen. Als je haar voor het eerst van dichtbij ziet, begrijp je waarom klimmers er als naar een heiligdom naartoe reizen.
De tweede dag gaat over de Watzmann-Hocheck (2.651 m), de noordelijkste top van de kam, en daalt dan af naar het Wimbachgries. En hier slaan de bergen door. Het Wimbachgries is een van de grootste puinstromen van de Alpen — een tien kilometer lange rivier van verbrijzeld gesteente, plaatselijk driehonderd meter breed, vrijwel zonder begroeiing en voortdurend in langzame beweging. Je waant je in een woestijn geklemd tussen de Watzmann en de Hochkalter. Overnachting in de knusse Wimbachgrieshütte (1.327 m), de laagst gelegen hut van de rondtocht.
De derde dag is de koningin onder de etappes. Via het zadel Trischübel en het Hundstodsgatterl op de Oostenrijkse grens beklim je het Steinernes Meer — een reusachtig karstplateau waar de rots eruitziet als versteende golfslag. Doel van de dag: de Kärlingerhaus (1.631 m) boven het meer Funtensee. En dat meertje houdt een record aan dat niemand aan den lijve wil meemaken — op 24 december 2001 werd hier −45,9 °C gemeten. De laagste temperatuur in de geschiedenis van Duitsland. De hut staat een paar meter hoger en is er soms wel twintig graden warmer dan aan het wateroppervlak eronder. De koude lucht stroomt in de stenen ketel en blijft er hangen.
De vierde dag is de afdaling naar huis. De haarspeldbochten van de Saugasse, de waterval Schrainbachfall, en dan alleen nog de oever van de Königssee. Bij St. Bartholomä — een barokke bedevaartskerk met rode uivormige koepels, waarvan de plattegrond knipoogt naar de Salzburgse dom — stap je op een geruisloze elektrische boot en glijd je terug naar Schönau. De lus sluit zich waar hij begon.
Voor wie is dit? Voor een fitte wandelaar die een meerdaagse rugzak aankan en niet terugschrikt voor geëxponeerde plekken. De moeilijkheidsgraad is gemiddeld, niet alpinistisch — er is geen klettersteig op de route, maar enkele stukken boven het Steinernes Meer en in de Saugasse vragen om een vaste voet en een helder hoofd bij exposure. Het seizoen loopt ruwweg van juni tot september of oktober, zolang de hutten open zijn en het plateau van het Steinernes Meer sneeuwvrij is.
Hoe reserveer je? Watzmannhaus, Wimbachgrieshütte en Kärlingerhaus zijn alle drie hutten van de Alpenverein. Regel je bedden vooraf online via het reserveringssysteem van de betreffende sectie — vooral in het weekend en het hoogseizoen zit het vaak vol. Lidmaatschap van de Alpenverein geeft korting op de overnachting en betere toegang tot plaatsen.
En nog iets: controleer voor vertrek de status van de paden. In het nationaal park Berchtesgaden wordt soms een traject afgesloten wegens steenslag. De bergen zijn hier namelijk voortdurend in beweging. Vraag het maar aan het Wimbachgries.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.