Acht dagen. Zeven hutten. Eén rondtocht waarbij je niet onder de tweeduizend meter komt, tot het Zillertal je weer loslaat naar beneden, naar Mayrhofen.
De Berliner Höhenweg is geen wandeling over een kam. Het is DE kamtocht die een hele generatie berghutten zijn naam gaf — en die stevig op je kuiten gaat staan. Zo'n 7.000 hoogtemeters klim en daal je in acht tot negen dagen — een fors aantal, en dat allemaal met rugzak, zonder kabelbaan, met een gletsjer die dwars over het dal hangt.
De route is vernoemd naar de Berlijnse sectie van de Duits-Oostenrijkse Alpenverein. Die bouwde hier in de 19e eeuw hutten alsof het een wedstrijd was. Zo ontstond in 1879 de Berliner Hütte — de eerste hut van het hele Zillertal en tot op vandaag de enige Oostenrijkse berghut met monumentenstatus (denkmalgeschützt sinds 1997). Verwacht geen blokhut. Je vindt er een jugendstilpaleis op 2.042 meter, midden in het Zemmgrund, met een eetzaal die meer lijkt op de zaal van een kuuroord dan op een berghut. Begin twintigste eeuw had de hut een eigen elektriciteitscentrale, een bakkerij en zelfs een telegraaf. Dit is het hoogtepunt van de hele route — en dat bedoelen we niet in meters.
Het hoogste punt ligt elders. De sleuteletappe loopt van de Furtschaglhaus (2.295 m) over de Schönbichler Horn — 3.134 meter, het hoogste punt van de route. De laatste meters over granietplaten met een kabel als houvast, en boven opent zich het zicht op de gletsjerreuzen: Hochfeiler, Großer Möseler, Schwarzenstein, Turnerkamp. De hoofdkam van het Zillertal in volle glorie. Dit is meteen ook het fysiek en technisch zwaarste stuk — je hebt een vaste tred nodig en een hoofd dat niet duizelt boven geëxponeerd terrein.
Onderweg slaap je in hutten die elk hun eigen verhaal vertellen. De Gamshütte (1.921 m) op de eerste dag, met uitzicht over het hele dal. De Friesenberghaus (2.498 m) boven het turkooizen Friesenbergsee — gebouwd tussen 1927 en 1931 door de sectie Donauland, die ontstond uit protest tegen antisemitisme binnen de Alpenverein en van de hut een symbool van verdraagzaamheid maakte. Verder de Furtschaglhaus, de legendarische Berliner Hütte, de Greizer Hütte, de Kasseler Hütte en ten slotte de Karl-von-Edel-Hütte (Edelhütte, 2.238 m) boven Mayrhofen, vanwaar je afdaalt naar het dal.
Voor wie is dit. Voor ervaren meerdaagse trekkers, die dag na dag zes tot negen uur kunnen lopen, een firnveld kunnen oversteken en niet bevriezen boven een beveiligde passage. Moeilijkheidsgraad: zwaar. Dit is geen route voor je eerste hut-to-hut trek. Maar wie al wat kilometers in de benen heeft, krijgt hier een van de mooiste kamtochten van de oostelijke Alpen.
Wanneer vertrekken. Het seizoen is kort — ruwweg van eind juni tot eind september, afhankelijk van de sneeuw. Het veiligste venster is juli en augustus, wanneer alle hutten open zijn en de firnvelden op de klim naar de Schönbichler Horn begaanbaar zijn. In juni en september moet je rekening houden met resterende sneeuw op hoogte.
Hoe reserveer je. De hutten zijn eigendom van secties van de Alpenverein (DAV/ÖAV) en zitten in het hoogseizoen vaak weken van tevoren vol. Reserveer je bed op tijd, idealiter via het reserveringssysteem van de Alpenverein of rechtstreeks op de website van elke hut. Lidmaatschap van de Alpenverein loont dubbel: een lagere overnachtingsprijs en voorrang bij het reserveren. Start en finish liggen rond Mayrhofen en Finkenberg, vanwaar je het makkelijkst verder komt met kabelbanen en dalbussen.
Negen dagen. De oudste hut van het Zillertal. Gletsjers binnen handbereik en een kam die zich de eerste bergbeklimmers herinnert, die hier honderdvijftig jaar geleden kwamen ontdekken waar je eigenlijk kon lopen. De vraag is niet óf je gaat, maar hoeveel bedden er nog over zijn tegen de tijd dat je besluit.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.