Boven Sulden staat een koning. De Ortler, 3905 m — het hoogste punt van Zuid-Tirol en de hoogste berg van de Oostelijke Alpen buiten de Berninagroep. De Duitsers noemen hem niet anders dan „König Ortler". En deze vijfdaagse rondtocht voert je precies om zijn gletsjertroon heen.
Eerst de cijfers: 70 km, 4800 hoogtemeters klimmen, vijf dagen, moeilijkheidsgraad zwaar. Vertaald naar je kuiten — elke dag klim je een flink stuk verticaal omhoog, en het massief laat je geen moment uit het oog. Je start en eindigt in Sulden (Italiaans: Solda), een dorp geklemd onder de noordwand van de Ortler, midden in het Nationaal park Stelvio, het grootste nationale park van de Italiaanse Alpen.
Wat maakt deze rondtocht bijzonder? Het is niet zomaar een rondje om één berg. Het is een tocht langs de rand van drie gletsjergiganten, die de plaatselijke bevolking Dreigestirn noemt — het „drie-gesternte": de Ortler (3905 m), de Königspitze (3851 m) en de Monte Zebrù (3735 m). Het terrein blijft hoog, vaak boven de tweeënhalfduizend meter, en voert over morenes, stenen zadels en gletsjerfronten. Via ferrata is er op deze route niet. Maar een vaste tred, conditie en ervaring met hooggebergte zijn geen optioneel extraatje — ze zijn je toegangsbewijs.
Etappes als vijf hoofdstukken van één boek.
De eerste dag klim je vanuit Sulden naar de hut Rifugio Cevedale „Guido Larcher" (2608 m) in het hart van de Ortlergroep — een van de oudste hutten van de streek, al geopend in augustus 1892, tegenwoordig eigendom van de Trentijnse vereniging SAT. De tweede dag is het dramatische hoogtepunt van de rondtocht: een overtocht over de kam van de Tabaretta naar de Julius Payer Hütte (3029 m), die als een zwaluwnest direct onder de Ortler hangt. De hut draagt de naam van Julius Payer, de man die de Ortler-Alpen in de jaren 1860 in kaart bracht en de zogenaamde normale route naar de koning vond. De derde dag is een afdaling vanaf de Ortler naar de hut bij Prov aan de oostkant van het massief. De vierde dag brengt je naar het Martelldal, naar de Marteller Hütte (2610 m) — een rustigere etappe tussen gletsjergiganten, de hut wordt omringd door vijftien drieduizenders. En de vijfde dag gaat over de bergpas Saènt (2965 m) naar de Val di Rabbi, naar de hut Saènt „Silvio Dorigoni" en vandaar terug richting de Ortler.
De hutten hier zijn geen slaapzalen met wifi. Het zijn stenen geschiedenisboeken. De Payer Hütte stond op de rand waarlangs tijdens de Eerste Wereldoorlog het front tussen het Oostenrijkse en het Italiaanse leger liep — op de Ortler werd gevochten op hoogtes van rond de 3850 m, de hoogste oorlogsstelling van dit soort. De Larcher-hut is genoemd naar Guido Larcher, die zeventien jaar aan het hoofd van de vereniging SAT stond. En de Dorigoni-hut draagt de naam van Silvio Dorigoni, een andere voorzitter van SAT, die ooit zelf de plek voor de Larcher-hut uitzocht. Je loopt door de geschiedenis van het alpinisme, niet alleen door het landschap.
Voor wie is dit? Voor stevige hooggebergtewandelaars die al de nodige hutochtenden in hun benen hebben. Niet voor je eerste trek in je leven. Een rugzak voor vijf dagen, lagen kleding voor weer dat op drieduizend meter binnen een uur kan omslaan, en een hoofd dat advies van een gids of de hutbeheerder aanneemt.
Wanneer vertrekken? Het seizoen van de gletsjerhutten loopt ongeveer van eind juni tot half september. Eerder ligt er nog sneeuw in de zadels, later sluiten de hutten en verhardt het weer.
Hoe reserveren? De hutten behoren toe aan alpenverenigingen — de Zuid-Tiroolse Alpenverein (AVS) en de Trentijnse SAT. Reserveer je bed van tevoren rechtstreeks bij de hut of via het reserveringssysteem van de Alpenverein. In juli en augustus zit de Payer Hütte doorgaans vol, en buiten slapen onder de Ortler is geen plan, dat is een noodoplossing.
Vijf dagen. Vijf hutten. Eén koning in het midden. En jij steeds een stukje lager — precies daar vandaan waar je de Ortler het beste ziet.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.