Vijf kilometer boven de parkeerplaats bij het Lucknerhaus houdt de drukte op. De Großglockner ligt achter u, de bussen beneden — en voor u opent zich een gebergte waar u vier dagen doorheen loopt zonder ook maar één kabelbaan tegen te komen.
De Schobergroep grenst aan de hoogste berg van Oostenrijk, ligt volledig in de kernzone van Nationaalpark Hohe Tauern, en de meeste mensen rijden er onderweg naar Heiligenblut straal voorbij. Precies daarom is hij de moeite waard.
Dag één is kort en compromisloos. Vanaf het Lucknerhaus (1.918 m) is het vijf kilometer en 730 hoogtemeter naar de Glorer Hütte, op het Berger Törl op 2.642 m — een pas waarover men van Oost-Tirol naar Karinthië trok lang voordat hier iemand een slaapplaats bouwde.
Dag twee zet u op de graat. 9,4 kilometer over de Kesselkeessattel (2.926 m). Op twee plekken grijpt u de staalkabel — geen klettersteig, maar beveiliging daar waar een val geen grap zou zijn. Daarna kort langs de kabel omlaag het Tramerkar in en verder naar de Elberfelder Hütte (2.346 m) achter in het Gößnitztal. De naam komt van een wijk van Wuppertal; de hut wordt beheerd door de DAV-sectie Wuppertal.
Dag drie beslist. 12,5 kilometer, duizend meter omhoog, achthonderd omlaag, drie passen achter elkaar: Gößnitzscharte (2.732 m), Untere Seescharte en Perschitztörl. De gepubliceerde etappe geldt als zwaar bergpad en zes uur is nuchter gerekend. De beloning is de Wangenitzsee-Hütte op 2.508 m boven een diepblauw meer — de hoogstgelegen hut van de hele Schobergroep.
Dag vier gaat omlaag. Eerst nog kort omhoog naar de Obere Seescharte (2.604 m), daarna 1.440 hoogtemeter afdalen via de Roaner Alm naar Iselsberg.
Wat het niet is. Dit is niet de volledige Wiener Höhenweg. Die telt zes etappes en gaat tussen de Wangenitzsee- en de Elberfelder Hütte via de omweg over de Adolf-Nossberger-Hütte, de Keeskopf (3.081 m) en de Hornscharte (2.958 m) — de sleuteletappe, ingeschaald als zwaar. Deze doorsteek neemt in plaats daarvan de directe verbinding over de Gößnitzscharte en de Untere Seescharte, en volgt de Wiener Höhenweg waar die past: Glorer–Elberfelder en de afdaling van de Wangenitzsee naar Iselsberg.
Voor wie. Voor wie meerdaagse tochten kent, vaste voet heeft en het weer kan lezen. Hooggebergte, sneeuwresten in de geulen tot diep in de zomer, passen rond 2.900 m. Een klettersteigset hebt u niet nodig. Vaste voet wel.
Wanneer. Ongeveer eind juni tot half september, afhankelijk van hutopening en resterende sneeuw.
Vier dagen, drie hutten, geen kabelbaan. Een gebergte pal naast de Großglockner dat er het zwijgen toe doet.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.