Een stenen klokkentoren van driehonderd meter hoog, helemaal van kale dolomiet, steekt vanaf de kam recht de lucht in. Dat is de Campanile Basso, 2.883 m, het symbool van de Brenta-Dolomieten. En deze route brengt je erheen over rotsrichels waarover mensen al sinds 1932 kruipen.
De Dolomiti di Brenta Traverse is geen bergkamtocht voor iedereen. 55 km, 5.500 meter stijgen, vier tot vijf dagen — en „expert" betekent hier ook echt expert. Vertaald in hoogtemeters: elke dag ruim duizend meter stijgen, en dat in geëxponeerde wanden, met de klettersteigkabel in de hand en een gletsjer onder je schoenen. Wie op zoek is naar een rustige tocht van hut naar hut met een biertje op het terras, kan beter verder bladeren. Dit is een traverse door het hart van het massief, waar je over cenge loopt — natuurlijke horizontale richels in een loodrechte wand — waarlangs de legendarische Via delle Bocchette voert.
Je begint in Madonna di Campiglio, het chique centrum van het Val Rendena, en eindigt beneden in Pinzolo. Onderweg vier hutten van de SAT, elk met een eigen verhaal.
Dag één brengt je omhoog naar de Rifugio Tosa „Tommaso Pedrotti" (2.491 m). De Rifugio Tosa was de allereerste hut die de SAT bouwde — in 1881. Pedrotti kwam er begin twintigste eeuw bij; na een rechtszaak kende het hoogste gerechtshof van Wenen de hut in 1914 toe aan de SAT, en kreeg hij de naam van een vrijwilliger uit Trento. Hij staat een paar meter van het zadel Bocca di Brenta, met zicht op de Brenta Alta — en is een verplichte stop voor iedereen die de Brenta doorkruist.
Dag twee: Rifugio Alimonta (2.589 m), de hoogst gelegen hut van de route. Van hier is het maar een korte oversteek over een sneeuwveld naar de Via delle Bocchette Centrali — het oudste en meest klassieke traject van het hele systeem. Precies hier, op de hut Tosa Pedrotti, ontstond in de jaren dertig het plan om de Brenta-hutten met klettersteigen over natuurlijke richels met elkaar te verbinden. Genius loci van het alpinisme.
Dag drie gaat over de kam naar het Val d'Ambiez, naar de Rifugio Silvio Agostini (2.405 m). De hut draagt de naam van een berggids die in 1936 van de Campanile dei Brentei viel. De langste en zwaarste etappe — klettersteig, lange klim, uitzicht op de torens van de Brenta.
Dag vier sluit de cirkel bij de Rifugio XII Apostoli „Fratelli Garbari" (2.489 m), gebouwd in 1907-1908 dankzij de gebroeders Garbari, industriëlen en alpinisten uit Trento. De hut ligt op een kalkstenen terras boven het Val di Nardìs en herbergt een in de rots uitgehouwen kapel. Een kleine ironie van de geschiedenis: Carlo Garbari, een van de sponsors van deze hut, probeerde in 1897 als eerste de Campanile Basso te beklimmen en keerde vijftien meter onder de top om. De toren viel pas twee jaar later. Vanaf hier alleen nog de afdaling naar Pinzolo.
Voor wie is dit? Voor ervaren mensen die klettersteigen op hun duimpje kennen, weten om te gaan met stijgijzers en pikkel, en geen moeite hebben met exposure in de wand. Hoogtevrees en de Brenta gaan niet samen. Wie zich niet volledig zeker voelt, neemt een berggids.
Wanneer erop uit? Het seizoen is kort — ongeveer van eind juni tot half september, wanneer de hutten open zijn en de klettersteigen sneeuwvrij. Daarbuiten verandert sneeuw op de cenge en de gletsjers de traverse in een alpine onderneming.
Hoe reserveer je? De hutten zijn eigendom van de SAT (Società Alpinisti Tridentini) en je reserveert rechtstreeks bij hen, idealiter ruim van tevoren — in augustus zit het in het weekend vaak vol. Overnachting, avondeten, ontbijt; leden van alpenverenigingen (ook de Alpenverein) krijgen meestal korting. De officiële route, kaarten en de status van de hutten vind je onder de naam Dolomiti di Brenta Trek.
En nog iets: de hele Brenta ligt in het natuurpark Adamello-Brenta, het laatste bolwerk van de bruine beer in de Alpen. Een spoor kom je waarschijnlijk niet tegen. Maar het is goed om te weten wiens grondgebied je betreedt.
De Campanile Basso houdt je de hele weg in de gaten. De vraag is of je durft terug te kijken.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.