554 kilometer. Zo'n 28 dagen. Eén paar schoenen, van de fontein op de Marienplatz tot aan de lagune van Venetië. De Traumpfad München–Venedig is geen trektocht — het zijn de hele Alpen te voet, van het Beierse voorland via de hoofdkam van de Alpen tot aan zee.
Waarom juist deze? Omdat hij niet is bedacht door marketing, maar door één mens. Ludwig Graßler stelde hem in 1974 samen en publiceerde er in 1977 een boek over, waar het hele genre van Alpenoversteken tot op vandaag van leeft. Een officiële lange-afstandsroute is het niet — niemand drukt je een eenduidige bewegwijzering door de strot. De route kruipt langs lokale markeringen van DAV, AVS en CAI, land na land, sectie na sectie. Dat is de halve charme: je volgt Graßlers lijn, geen toeristisch product.
Karakter? Zes werelden achter elkaar. Vanuit München laat het zachte Beierse voorland je eerst rustig wennen — het klooster van Benediktbeuern, weilanden, de laatste vlakke kilometers. Dan wordt het serieuzer. De Karwendel bij Scharnitz zet de eerste rots op je pad, er komen kalkstenen zadels en met stalen kabels beveiligde stukken. Via het Zillertaler gletsjerdal bij de Dominikushütte en via het Ötztal met Vent klim je naar de hoofdkam. De Timmelsjoch (rond 2.500 m) is die onzichtbare lijn waarachter men al Italiaans spreekt. En dan de Dolomieten — het Ridnauntal, torens, karren en zuidwanden, waar de optionele Schiara-Klettersteig op je wacht, een via ferrata die je kunt omzeilen als je geen zin hebt in staaldraad.
22.000 hoogtemeters. Dat is alsof je de Everest tweeënhalve keer vanaf zeeniveau beklimt. Het hoogste punt van de standaardroute blijft rond de 2.900 m, wie de top wil, voegt de optionele Piz Boé (3.152 m) in de Sellagroep toe. Het is geen aaneenschakeling van via ferrata's en ook geen gletsjertocht — het is uithoudingswerk. Moeilijkheidsgraad T2 tot T3, dag na dag, rugzak, weer en benen die moeten wennen aan het idee dat het morgen weer verder gaat.
Je overnacht in hutten en pensions — hogerop meestal in eenvoudige onderkomens die worden beheerd door secties van de alpenverenigingen, lager in dalherbergen. De hutten op de kam zitten 's zomers vol, dus reserveren via de Alpenverein is geen beleefdheid maar een noodzaak: lidmaatschap van DAV/ÖAV/AVS geeft je een lagere prijs en voorrang op een slaapplaats. Het alpiene deel eindigt in Belluno. De rest is de afdaling door het laagland naar de Piave, via Conegliano, tot het laatste vlakke stuk je naar de Markusplatz brengt.
Voor wie? Voor geharde doorzetters die niet op zoek zijn naar één top, maar naar de hele kop van de Alpen in één keer. Niet voor een beginner en niet voor wie geen maand vrij kan nemen. Wanneer gaan? Het meest betrouwbare venster loopt van half juli tot half augustus — hutten open, zadels sneeuwvrij. September is rustiger en leger, maar de dagen worden korter en hogerop kan het al flink waaien.
554 kilometer, één richting, de zee aan het einde. De Traumpfad gaat niet over aankomen. Het gaat over volhouden — en dan op de Markusplatz zitten met pijnlijke schouders, wetend dat je het hele stuk te voet hebt afgelegd.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.