Een hoogplateau waar het naar boven regent.
Het klinkt als onzin, maar Hochschwab is precies die truc. Het kalksteen zuigt elke druppel op, het water verdwijnt onder je voeten in grotten van tientallen kilometers lang en komt pas een paar honderd meter lager weer naar boven als bron. Een van die bronnen stroomt via een leiding rechtstreeks naar de Weense kranen. Jij loopt intussen over het dak van het hele systeem — vijf dagen, 55 km, 4.500 m omhoog — en houdt je bezig met iets prozaïschers: waar je je fles kunt bijvullen, want op het karstplateau stroomt er onder je voeten helemaal niets.
Dit is de Hochschwab intensiv. Een rondtocht die start en eindigt in St. Ilgen (opstap vanaf de Alpengasthof Bodenbauer, 881 m) en je onderweg langs het beste voert wat het Steiermarkse massief te bieden heeft. Geen wandeling in het park. Een eerlijke bergkam- en plateautocht ineen.
Het karakter van het terrein? Contrast. 's Ochtends klim je door ravijnen en karkommen tussen rotswanden, 's middags loop je over een maanlandschap van kaal kalksteen, waar de stenen onder je schoen klinken. En dan breekt het over naar de weiden van de Sonnschienalm, waar opeens koeienbellen klinken en het gras zacht is als een tapijt. De Wettersteinkalk is door en door verkarst — onder je loopt het grottenstelsel Frauenmauer-Langstein met meer dan 45 km gangen. Boven droogte, beneden een rivier. Karst kan gierig zijn met water en gul met uitzicht.
En de uitzichten zijn hier eersteklas. De top Hochschwab (2.277 m) is het hoogste punt van het hele gebergte en op een heldere dag kijk je er in alle richtingen diep de Steiermarkse streek in. Op weg naar boven heb je een goede kans om een gems tegen te komen — Hochschwab herbergt een van de grootste gemzenreservaten van Europa. Daarbij steenbokken, marmotten, auerhoenders. Er is hier zoveel wild dat je je camera al klaarzet voordat je boven de bosgrens komt.
De hutten zijn een verhaal op zich. De eerste nacht val je neer op het Voisthalerhütte (1.654 m) — een Alpenverein-hut die hier al sinds 1898 staat en onlangs een nieuwbouw onderging (ruwbouw 2020, afgerond 2021). De tweede dag gaat over de top langs het Schiestlhaus (2.153 m), en dat is geen doorsnee hut: het is de hoogst gelegen hut van het gebergte en tegelijk het eerste hooggebergte-passiefhuis ter wereld, geopend in 2005. Een energiezelfvoorzienend doosje op het dak van Steiermarken. De tweede nacht slaap je in het Sonnschienhütte (1.523 m) midden in de weiden. Drie hutten, drie compleet verschillende werelden.
Voor wie is dit? Voor een wandelaar met conditie en een vaste tred. Er is geen klettersteig op de route, maar geëxponeerde karststukken en lange etappes vragen om gezonde knieën en verstand. Wie een 15 km-dag met hoogteverschil en een rugzak aankan, zal ervan genieten. Wie twee keer per jaar met de kabelbaan een heuvel op gaat, moet ergens anders beginnen.
Wanneer vertrekken? Het huttenseizoen loopt ongeveer van juni tot eind september, de randen hangen af van weer en sneeuw. Vertrek 's ochtends vroeg naar de top — niet alleen vanwege de rust, maar vooral vanwege onweersbuien, die zich boven het plateau graag na de middag samenpakken. Op het kale karst kun je nergens naartoe vluchten.
Hoe reserveren? Via de Alpenverein. De hutten worden beheerd door alpenclubs (ÖAV, ÖTK) en in het hoogseizoen worden bedden online vooraf gereserveerd — lidmaatschap van een alpenvereniging verlaagt bovendien de overnachtingsprijs en beslist soms of je überhaupt een plek krijgt. Reserveer vroeg, de gekookte goulash op het plateau raakt niet aangevuld.
Bonus vlakbij: onder de zuidwanden ligt de Grüner See in Tragöß, een karstmeer afgesloten door een prehistorische aardverschuiving, dat in het voorjaar door smeltwater aanzwelt en de hele regio beroemd heeft gemaakt. De route komt er niet direct langs, maar het is een reden om nog een dag langer bij Hochschwab te blijven.
Vijf dagen op een dak waaronder het water voor half Wenen stroomt. Je komt niet naar beneden van de hutten voordat het plateau je terug laat naar St. Ilgen — en je fles is leger dan je verwacht.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.