Honderdvijfenvijftig kilometer over de rand van twee staten. En de hele tijd ligt onder je schoenen een oorlog die meer dan honderd jaar oud is.
De Karnischer Höhenweg — nummer 403, bijgenaamd Friedensweg, Vredesweg — loopt over de hoofdkam van de Karnische Alpen, precies langs de Oostenrijks-Italiaanse grens. Van Sillian in Oost-Tirol tot Thörl-Maglern bij Arnoldstein in Karinthië. Acht tot elf dagen, zo'n 8500 hoogtemeters stijging. Dat is geen weekenduitstapje. Dat is een kamtocht voor de benen én voor het hoofd.
Waarom juist hier? Omdat geen enkele andere langeafstandsroute in de Alpen je zo letterlijk op het front zet. Vanaf 1915 liep hier de gebergtelinie tussen Oostenrijk-Hongarije en Italië. Beide kanten hakten loopgraven, kazematten, artilleriestellingen en bevoorradingspaden in de rots. En het is er nog steeds — prikkeldraad, loopgraven en tunnels, na honderd jaar. In de jaren zeventig verbond de vereniging Dolomitenfreunde de oude militaire wegen en maakte van het front een vredespad. Op de Plöckenpass sluit daarop het openluchtmuseum van de gebergteoorlog 1915–1917 aan — je staat precies waar het gebeurde.
Het terrein? Zwaar, maar eerlijk. Op sommige plekken zekeren staalkabels en ladders je, elders loop je gewoon over een stenen rand met uitzicht op beide landen tegelijk. Speciale klettersteig-uitrusting heb je niet nodig. Een hoofd zonder hoogtevrees wel — en benen die je tijdens de tocht over meer dan dertig toppen dragen, als je geen kortere weg neemt.
De eerste grote pleisterplaats is het Sillianer Hütte op 2447 meter, met panorama op de Sextener Dolomieten. Vandaar over de kam naar het Obstansersee-Hütte bij een bergmeer. Dan het Filmoor-Standschützenhütte op 2350 meter — een kleine, rauwe hut die sinds 1976 door soldaten van het Oostenrijkse Bundesheer werd gebouwd en vernoemd naar de Tiroolse Standschützen, die hier in 1915 het front rond Filmoor en Kinigat hielden. Verder Porzehütte, Hochweißsteinhaus, en dan een van de sterkste beelden van de hele route: de Wolayersee. Een donkerblauw meer omsloten door verticale wanden, met het Wolayersee-Hütte aan de oever. Erboven torent de Monte Coglians, Duits Hohe Warte — de hoogste top van de Karnische Alpen, aan wiens flank de Vredesklok hangt.
Voor wie is dit? Voor een sterke meerdaagse trekker die al een hut-to-hut-tocht achter de rug heeft en niet bang is voor geëxponeerde plekken. Niet voor een nieuweling. En niet in de lente — de route wordt in de zomer gelopen, ruwweg van half juli tot eind september. Vroeger of later vangt sneeuw je op de kam.
Geen zin in elf dagen aaneen? De route kan in twee helften worden opgesplitst. Het westelijke deel eindigt bij de Plöckenpass, het oostelijke gaat verder via het Zollnersee-Hütte en Nassfeld richting Karinthië. Instappen en uitstappen kan bij verschillende zadels, zodat je de trek aanpast aan het aantal dagen en de kracht die je hebt.
Reserveren: de hutten aan de Karnischer Höhenweg behoren tot de Alpenverein en raken in het seizoen vol. Boek een slaapplaats minstens een week vooraf, idealiter via het reserveringssysteem van de betreffende hut of telefonisch. Lidmaatschap van de Alpenverein verlaagt bovendien de overnachtingsprijs en regelt een bergverzekering — voor een meerdaagse trek loont dat.
Eén kamtocht. Twee staten. Een front dat vandaag een vredesweg is. Je loopt hem op eigen benen — en daar draait het precies om.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.