Boven een gletsjer rijst een rotsblok op waarnaar een zonnebrandcrème is vernoemd. De Piz Buin, 3.312 meter, de hoogste top van Vorarlberg. En jij slaapt bijna aan zijn voeten.
De Große Silvretta Durchquerung is geen zondagswandeling. Het is een vijfdaagse hooggebergte-overtocht van Partenen in het Montafon naar Ischgl in het Paznaun, 65 kilometer dwars door een gebergte dat op de grens van Oostenrijk en Zwitserland ligt. Vijfduizend hoogtemeters in vijf dagen — met een rugzak, het hoogteverschil verdeeld over de zadels, en zonder één kabelbaan die je omhoog trekt.
De Silvretta draagt de bijnaam 'Blaue Silvretta'. Blauw vanwege de gletsjers die tussen de toppen hangen en dit massief zijn vorm geven. Je loopt over een kam waar drie landen en drie verenigingen samenkomen — en je slaapt op hutten die de namen van Duitse steden dragen: Tübingen, Saarbrücken, Wiesbaden, Heidelberg. Secties van de Alpenverein bouwden ze helemaal aan de andere kant van Europa, om hun eigen stukje hooggebergte te hebben. Jij loopt ze nu één voor één af.
Dag na dag ziet het er zo uit. Vanuit Partenen omhoog naar de Tübinger Hütte (2.191 m), de eerste nacht meteen hoog. De tweede dag over een zadel naar de Saarbrücker Hütte (2.538 m) — de hoogst gelegen overnachting van de hele route. De derde dag is de kroon: de Wiesbadener Hütte (2.443 m) ligt aan het einde van het Ochsental, vlak onder de Piz Buin, omringd door het Silvrettahorn (3.244 m) en de Dreiländerspitze (3.197 m). Wie de kracht, uitrusting en gletsjerervaring heeft, kan vanaf hier over de Ochsentaler Gletscher naar de top van de Piz Buin zelf — vanaf de hut is dat twee tot drie uur. De vierde dag naar beneden naar het Jamtal, naar de Jamtalhütte (2.165 m), een hut met meer dan honderdveertig jaar geschiedenis, tien kilometer boven Galtür. En de laatste nacht op de Heidelberger Hütte (2.264 m) — die staat in het Fimbertal (Val Fenga) op Zwitserse bodem, in het kanton Graubünden, maar wordt beheerd vanuit het Oostenrijkse Ischgl. De grens steek je hier over zonder vaart te minderen. Boven de hut torent de Fluchthorn, waarvan de zuidelijke top in 2023 instortte bij een enorme rotsinstorting, waardoor de berg zijn hoogste punt verloor.
Nog een woord over de Piz Buin, want de hele route draait om hem. De naam komt uit het Reto-Romaans en betekent gewoon 'ossenpunt'. Hij werd voor het eerst beklommen op 14 juli 1865 — dezelfde dag waarop aan de andere kant van de Alpen de Matterhorn werd beklommen. Zeventig jaar later liep hier een jonge scheikundige bij de afdaling zulke brandwonden op dat hij er een idee aan overhield. In 1946 kwam vervolgens een crème op de markt die hij — hoe kan het ook anders — Piz Buin noemde. Weinig bergen werpen zo'n lange schaduw.
Voor wie is dit? Voor fitte hooggebergtewandelaars die hun benen én hun hoofd op de juiste plek hebben. De route is als zwaar geclassificeerd: lange dagetappes, hoge zadels, stenig en plaatselijk geëxponeerd terrein, weer dat boven omslaat voor je je thee hebt opgedronken. De beklimming van de Piz Buin zelf is een extra optie voor wie gletsjeruitrusting en -ervaring heeft — stijgijzers, ijsbijl, touw, kennis van het bewegen tussen gletsjerspleten. Wie dat niet heeft, laat de top voor wat hij is en geniet ook zonder van de overtocht.
Wanneer vertrekken? De hutten van de Alpenverein hebben hier zomerdienst van ongeveer eind juni tot eind september, afhankelijk van sneeuw en weer. Reserveer vooraf — elke hut apart, via het reserveringssysteem van de Alpenverein of rechtstreeks bij de hutbeheerder. In het weekend en in het hoogseizoen zit het vol, en buiten slapen onder de Piz Buin is geen plan, dat is noodgeval.
Vijf hutten. Vijf zadels. Eén top waarnaar een crème is vernoemd. De Silvretta laat je erdoorheen lopen — maar haar blauwe gletsjers toont ze alleen aan wie ervoor loopt.
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.