Het hoogste punt van Duitsland is 2.962 meter hoog, heeft een gouden kruis op de oostelijke top en een rij toeristen die er in nog geen negen minuten met de kabelbaan naartoe gaan. Jij gaat er via een andere weg naartoe. Te voet, door het Reintal, over het spoor dat luitenant Josef Naus in augustus 1820 insleet tijdens de allereerste beklimming van de Zugspitze — alleen heb jij betere schoenen en een hut met warme soep aan het eind van de dag.
De Zugspitze Wochenend-Rundtour is 42 kilometer en 2.270 hoogtemeters, verdeeld over twee tot drie dagen. Middenmoot qua zwaarte, geen via ferrata, geen gedoe met zekering — en toch brengt hij je tot onder de hoogste Duitse top en bij de grootste Duitse gletsjer. Dit is de klassieker van het Wetterstein: de zachtste weg naar boven, waarlangs ook beginners worden geleid. Maar een wandeling op pantoffels is het niet.
Start en finish: Garmisch-Partenkirchen. Meteen achter het skistadion word je opgeslokt door de Partnachklamm — een kloof van ruim 700 meter lang, plaatselijk tot 80 meter diep in de rots uitgesneden. Water beitelde haar in miljoenen jaren uit, houthakkers vlotten er sinds de 18e eeuw stammen door vanuit het Reintal naar beneden naar Partenkirchen. Jij loopt er droogvoets doorheen, over een galerij die boven de wilde Partnach is uitgehakt.
De eerste etappe klimt licht door het Reintal naar de Reintalangerhütte (1.370 m). Sinds 2022 is dit Deutschlands erste Biohütte — de allereerste biohut van Duitsland, met een eigen kleine waterkrachtcentrale op de bron van de Partnach en met streeketen. De oorspronkelijke blokhut uit 1881 staat er nog steeds, als winterlokaal. En precies hier overnachtte Naus na zijn historische beklimming.
De tweede dag stijgt het dal. Over alpenweiden en steenvelden klim je naar de Knorrhütte (2.051 m), de laatste bastion onder het topplateau. Vanaf hier is de Zugspitze binnen bereik: wie kracht en tijd heeft, wijkt af over het Zugspitzplatt naar de top met het gouden kruis, langs de Höllentalferner en de Schneeferner — de laatste grote gletsjer aan Duitse zijde, die elke zomer onder je voeten dunner wordt.
De derde dag staat in het teken van de afdaling en de uitzichten. Over het Zugspitzplatt buig je af naar de Kreuzeckhaus (1.652 m), een Alpenverein-hut die al in 1906 werd geopend, recht tegenover de slanke Alpspitze. Vanaf de hut rijdt de Kreuzeckbahn — een kabelbaan die hier al sinds 1926 mensen vervoert — en die brengt je comfortabel terug naar het dal. Je benen zullen je dankbaar zijn.
Voor wie is dit? Voor een fitte wandelaar die een kijkje wil nemen op het dak van Duitsland zonder klimmen en zonder zekering, maar met een stevige rugzak en conditie voor meer dan 2.000 hoogtemeters. Het is geen trektocht voor een complete nieuweling — de steenvelden en de lengte van de etappes vragen om een vaste tred en een berghoofd.
Wanneer vertrekken? Zomer tot vroege herfst, ongeveer juni tot oktober, wanneer de hutten open zijn en het Zugspitzplatt geen aaneengesloten sneeuw heeft. Buiten het seizoen zijn de hutten gesloten en kan het terrein boven de Knorrhütte verraderlijk zijn.
Hoe boek je? Via de Deutscher Alpenverein. De Reintalangerhütte, de Knorrhütte en de Kreuzeckhaus zijn allemaal DAV-hutten — je reserveert een slaapplaats vooraf via het reserveringssysteem van de Alpenverein, en in het weekend in het hoogseizoen moet je dat niet uitstellen. Lidmaatschap van de Alpenverein verlaagt bovendien de overnachtingsprijs.
De Zugspitze te voet, niet met de kabelbaan. Naus had ervoor moed nodig en een dag klimmen. Jij hebt een kaart, een biohut en één weekend. Dus — loop je door die kloof, of wacht je liever in de rij bij het kabelbaanloket?
Kies een startdatum — voor elke nacht op de route zie je meteen de vrije bedden en reserveer je direct via het officiële systeem van de Alpenverein.